Vandaag een verslag over de afgelopen twee dagen, vooral omdat ze in het teken stonden van één stad: Québec. De eerste dag betrof het (op een korte excursie in Ottawa in de ochtend na) de lange rit naar deze stad toe en de eerste avond ter plaatse, de tweede dag hadden we een hele dag om het historische centrum te voet te verkennen. Alvast een waarschuwing dat het een hele flinke kuitenbijter was, het is bijna meer trappenlopen en klimmen en dalen dan dat je vlak loopt. Hebben we in ieder geval onze 'legday' maar weer gehad. Maar laten we beginnen bij de eerste ochtend. Vooraf hadden we al (gratis) tickets geregeld voor een rondleiding in de vroege ochtend door de House of Commons (parlement) in Parliament Hill, zodat we daarna op tijd in de auto konden stappen voor een lange rit. De rondleiding boekt iedereen vooral vanwege het prachtige oude gebouw met mooie zalen en een heel mooie bibliotheek. Maar gisteren waren we er al achter gekomen dat het centrale gebouw helemaal in de steigers stond. Het parlement is dan ook tijdelijk verhuisd naar het westelijke blok. Dat betekende kort gezegd een minder mooie zaal en helemaal geen bibliotheek. De rondleiding bleek ook nog eens precies samen te vallen met de start van een bijeenkomst van het parlement. Een hoop gestress bij de beveiliging en dus alleen maar een glimp van de publieke tribunes, maar weinig idee over de parlementszaal zelf (die dan ook nog eens een tijdelijke vervanger is). Weinig verheffend dus, ik zou de tour tot 2032 gewoon afraden als je niet of minder geïnteresseerd bent in de Canadese parlementaire geschiedenis.
De hiervoor beschreven kleine teleurstelling had wel een voordeel: we vertrokken nu na de spits richting Québec, dus we waren binnen een mum van tijd weg uit Ottawa en ook onderweg was het heel lang niet druk op de weg. Wel zo fijn, want we hadden zo'n 470 kilometer af te leggen. We waren er al achter gekomen dat dat voor Canadezen een niet al te lang ritje is (gewoon doorkarren maar), maar voor ons Hollanders is het echt een flink eind. Met afstand de langste rit van deze reis, we kunnen hem maar achter de rug hebben. Gelukkig allebei een rijbewijs, dus we kunnen af en toe wisselen. Omdat het zo rustig was op de weg, bedachten we dat we gelijk zouden doorrijden tot voorbij Montreal, dan zou een eventuele spits daar worden vermeden. Uiteraard was het daar in de omgeving wat drukker op de weg, maar op een klein navigatiefoutje na zaten we rap op de weg naar Québec. Toen de auto begon te piepen over dorst (straks in het ongerepte gebied gaan we de tankinhoud uiteraard wel beter in de gaten houden en laten we het niet teruglopen tot nog 80 kilometer te gaan), waren we het met hem eens. Tijd voor een lunch en een tankbeurt. Opvallend trouwens dat ondanks dat de lunchplek en tankstation stonden aangegeven langs de snelweg, we toch naar een dorp 7 kilometer van de snelweg af moesten rijden. Voordeel was wel dat de benzine een stuk goedkoper was, het broodje smaakte er niet minder om.
Het tweede deel van de rit ging tot 10 kilometer van Québec ook voorspoedig, al mag best wel wat worden opgemerkt over de staat van de Canadese snelwegen. We hadden eerder al een paar keer wat gaten in de weg en wat hobbels, maar inmiddels gaat het soms nergens meer over. In Nederland zouden sommige wegen dan gewoon afgesloten zijn of een beperking kennen tot 30 kilometer per uur, maar hier is het gewoon een kwestie van stuur goed vasthouden en bidden maar. Het is dus altijd een kwestie van extra goed opletten als bestuurder. Maar ook op slechte wegen kom je steeds dichter bij je bestemming en dat geldt ook als je in de middagspits van Quebéc terechtkomt. Op de snelwegen rond de stad viel het eigenlijk nog mee, maar in de stad werd het een ander verhaal. Over de laatste 10 kilometer hebben we toch zeker drie kwartier gedaan. Rond een uur of vijf kwamen we aan bij het hotel. Binnen de vestingsmuren van de stad, dus echt op een prachtige plek. Vanuit hier zouden we alles makkelijk kunnen gaan verkennen. Parkeren was snel geregeld, het personeel zou de auto wel netjes wegzetten op het achterterrein. Wel zo fijn dat dit kon, want verder is het historische centrum erg autoluw. Inchecken was zo geregeld bij de meest enthousiaste receptiemedewerker die ik in jaren heb gezien, op deze manier wil je graag in een hotel verblijven. Even alle spullen naar de kamer en we konden toch nog even een korte wandeling doen en daarna een hapje gaan eten. In de ochtend hadden we niet verwacht dat we toch nog zo keurig op tijd zouden aankomen.
Québec, hoofdstad van Frans Noord-Amerika, wieg van Nieuw-Frankrijk, Bastion van de Franse cultuur en meest romantische stad van Canada. Leuke bijnamen, maar laten wij daar zelf maar een oordeel over geven. Tijd om op ontdekking te gaan dus. Grootste blikvanger van Québec is Château Frontenac, dat hoog boven de oude stad uittorent. Het is een hotelkasteel met maar liefst 601 kamers, die moesten we dus wel snel kunnen spotten. We hadden er welgeteld 1 seconde voor nodig, hij stond schuin voor ons hotel aan de andere kant van een parkje. Een blik naar rechts door een straatje was voldoende om ook de Citadel te spotten, waarmee we de nummer 2 bezienswaardigheid van de stad ook al gevonden hadden. Nu hadden we ook gelezen dat je vanaf de Citadel het mooiste uitzicht hebt over de stad en de St Laurent rivier. Eerst dus maar die kant op. Wel even wat klimmen, maar het uitzicht was het waard. Helaas vandaag wel bewolkt (en ook al wat later op de dag, dus minder licht), dus dan morgen maar terug voor de goede foto's. Verder over de wal rond de Citadel, met uiteindelijk een weg naar één van de poorten door de vestingswal. Vanaf hier wat rondgelopen op zoek naar een restaurantje, we kregen best trek. Veel restaurants zijn gericht op hamburgers en steaks en dat was nu juist iets wat ons zo langzamerhand de neus uitkomt. Uiteindelijk vonden we een sfeervol restaurantje waar we ook lekker een pastaatje konden bestellen. Het bleek een eettentje met een bonte inrichting en bijpassend personeel. Best gezellig dus eigenlijk en het eten was gewoon prima. Tijdens het eten trokken we al een eerste conclusie over de (oude) stad: mooi, compact, sfeervol en niet te druk. Dat laatste houdt dan vooral verband met de autoluwte, dat scheelt een hoop. We hadden in ieder geval zin om op de tweede dag de stad verder te gaan bewonderen.
De tweede dag dus geen reisdag en dat betekende ook dat er een beetje kon worden uitgeslapen. De dag ervoor had best veel energie gekost, dus dit konden we goed gebruiken. Eenmaal wakker was er wel de zin om op pad te gaan, dus verder niet te lang getreuzeld en aan de wandel. Als eerste zoals voorgenomen terug omhoog naar de Citadel om foto's van het uitzicht te maken onder een heerlijk ochtendzonnetje. Het weer was zelfs zo goed dat een jas niet nodig was, een trui was genoeg. Vanaf de Citadel via een trap naar beneden naar een aangelegde brede boulevard. Parallel langs het water, maar zeker niet aan het water. Het oude centrum is namelijk verdeeld in Haute Ville (het hoge deel, het deel ooit voor de rijken binnen de vestingsmuren) en Basse Ville (het lage deel, het deel aan het water dat ooit voor de armen bestemd was). De boulevard ligt hoog en geeft een mooi uitzicht diep beneden over Basse Ville. Het lage deel is via trappen te bereiken of zelfs met een soort gondel tegen de rotswand aan. Wij daalden langzaam af via de trappen en kwamen onderweg nog langs een parkje en de nodige winkeltjes. Uitindelijk in Basse Ville waren er in de smalle straatjes veel winkeltjes en galeries te vinden. Wel duidelijk gericht op toerisme allemaal, maar ook best leuk en gezellig. Helemaal vanaf de kade rijst de stad hoog boven je uit, een indrukwekkend gezicht.
Na een broodje in Basse Ville was het tijd om weer aan de klim te beginnen naar Haute Ville. Eenmaal boven hebben we nog wat rondgewandeld, waarbij we nog naar de westelijke vestingswallen zijn gelopen, die nog het meest intact zijn. Vanaf die wallen kijk je dan ook nog naar de stad erbuiten, ook leuk om daar een idee van te krijgen. Wel een heel andere stad dan binnen de muren. Halverwege de middag vonden we dat we nog wel een ijsje hadden verdiend voordat we in het hotel een paar uurtjes gingen relaxen. In de avond in de buurt van het hotel nog een hapje gegeten en nu lekker op bed jullie weer op de hoogte stellen van de belevenissen. Morgen een paar uurtjes rijden naar Rivière-du-loup, verderop in noordoostelijke richting. Er wordt aardig wat regen verwacht, dus we moeten nog even kijken wat er daar dan te doen valt. Maar daarover later meer.
Reactie plaatsen
Reacties