In het begin van de avond nog volop in de drukte (of eigenlijk meer gekte) van Manhattan, vervolgens op naar het vliegveld van Newark, een nachtvlucht richting Europa en de volgende ochtend geland in het heel rustige IJsland. Een groter contrast is bijna niet denkbaar, maar het voelde erg fijn aan. Heen (tijdens de tussenlanding op weg naar New York) hadden we nog druilerig weer, waardoor IJsland er van boven grijs en grauw uitzag. Zeker het open landschap rond het vliegveld van Keflavík geeft dan een treurig beeld. Nu we echt IJsland wilden gaan verkennen hadden we mazzel: het was stralend blauw weer. En wat laat het eiland dan ineens prachtige kleuren zien! Op dus naar de autoverhuur en het korte avontuur door het zuiden van IJsland kon beginnen.
De eerste bestemming voor vandaag was het Þingvellir National Park, maar niet zonder onderweg waar mogelijk af en toe te stoppen om te genieten van de prachtige weidse uitzichten. Uiteindelijk kwamen we dan toch aan bij het park, waar we een wandeling hebben gemaakt richting de waterval Öxarárfoss. De vallei van Þingvellir is precies gelegen op de grens tussen de Amerikaanse en Euraziatische tektonische plaat. Ieder jaar raken Noord-Amerika en Europa 1 tot 18 mm van elkaar verwijderd. Door de scheur loopt de Öxará rivier, die de tektonische platen van elkaar scheidt. De wandeling liep parallel aan de rivier, al werd deze veelal aan het oog onttrokken door de mooiste rotsformaties. Aan het noordelijkste puntje van de Öxará rivier is de Öxarárfoss te vinden. Niet de hoogste waterval, maar wel een erg mooie. Verder kon je vanaf de waterval prachtig de rivier tussen de rotsen zien lopen. Nadat voldoende foto's waren gemaakt, zijn we via dezelfde route teruggegaan naar de auto. Er stond tenslotte nog meer op het programma deze eerste dag.
Reactie plaatsen
Reacties